Achterluik

Hier in het achterluik van Nederland fietsen we niet. We willen wel. Maar ja, te ver. Alles is te ver. Hemasokken nodig? Te ver. De nieuwste Quentin Tarantino zien? Te ver. Steranijs voor je candle light dinner? Echt. Ver.

Wie toch een poging tot reizen doet, neme de buurtbus. Die heet hier Breng en komt eens in het half jaar langs. En niet om me te halen, maar om te brengen. Alleen daarom heeft het doorsnee gezin hier doorsnee twee bolides voor de deur. Een grote voor t mannetje, een shopper voor ‘t vrouwtje.

Ik mis fietsen dus. Mijn fiets mist mij ook. Ze staat te verstoffen in de tuin. Te zachte bandjes. Scheur in het zadel. Nog even en het is een fietswrak. Niet dat ik nou zo’n Leontien van Moorseltje ben. Zo heb ik de schurft aan tegenwind. Laat het striemen, ijzelen, vriezen, maar bitte geen wind!

Ik wil fietsen. Ik mis het om in alle vroegte naar het werk te fietsen. Op de fiets wakker worden. Dat bomen naar mij zwaaien. Dat geuren nog fris en sterk zijn. Dat de dag nog niet bedompt, bezweet en beduimeld is. En dat alles je kan overkomen, maar er meestal niets gebeurt!

De Fietsersbond wil ook dat we gaan fietsen. Dat we meer gaan fietsen. Dat we elkaar aanstoten en zeggen: “Hé, met de fiets gaan, dáár had ik nog niet aan gedacht!” Die wil dat alle black spots uitgegumd zijn en we alleen nog over glad gepolijste paden karren.

Quelle bonne idée!

Ja. Zorg er nou eerst maar eens voor dat ver weer dichtbij is.

Using Format