Uilskuikens

De zwaluwen zijn terug en dat zullen we weten. Overal flatsen vogelpoep. Nesten van spuug en klei aan de muur. Het geeft niet, in deze wijk is iedereen broeds, verliefd of aan het trouwen.

Ik vind een onafgemaakt nestje van vlossige wol en paardenhaar.  Hier was mus, merel of kwikstaart minder fortuinlijk. “Nu hebben alle vogels een nest gebouwd behalve ik en jij”, snikt ie vast.

Ook de Luttense ooievaar had pech. Doodgeschoten op zijn nest. Het werd landelijk nieuws, alsof het een afrekening van Holleeder was. We waren diep geschokt en het was een zwarte bladzijde in de ooievaarsgeschiedenis. De dader komt misschien wel uit jagerskringen.

Gek toch. Geen haan die kraait naar de 45 miljoen haantjes die niet eens een dag oud worden. Of de 1.9 miljoen schattige kalfjes die nooit daglicht zien. De 12 miljoen varkens die in zweterige schuren liggen. Of de 53 miljoen vogels die we bejagen. Ik denk aan de jager uit Pannerden die smakelijk vertelde hoe ontzettend dom ganzen zijn. Dat ie al drie ganzen op rij had afgeknald en de vierde rustig bleef zitten. Volgens mij was het juist slim. Als je al voor het vuurpeloton staat, ren je niet meer weg.

Eerlijk is eerlijk. Ook ik eet graag een boutje van het een of ander. Maar wat zijn mensen toch rare vogels. Uilskuikens zijn we.

De ooievaarskuikens groeien als kool, lees ik op Omroep Gelderland. Gelukkig maar. 



Using Format